Inkijkexemplaar

uitleg

Het boek bespreken met pictogrammen


Met behulp van pictogrammen kun je samen met de kinderen het verhaal/het boek bespreken. Daarbij kun je kiezen uit:


De kern van het verhaal

wie - Over wie gaat het? (Wie is de hoofdpersoon?)

wat - Wat gebeurt er?

waar - Waar is … (de hoofdpersoon)? (Waar speelt het verhaal zich af?)


Je kunt dit ook koppelen aan een bepaalde pagina van het prentenboek.

Over wie gaat het nu?

Wat gebeurt er?

Waar is … nu?


Een samenvatting van het verhaal*

begin - Hoe begint het verhaal?

verder - Hoe gaat het verhaal verder?

eind - Wat gebeurt er aan het eind? (Hoe loopt het verhaal af?)


De plot van het verhaal*

probleem - Wat is er aan de hand? Wat is het probleem?

oplossing - Hoe wordt het probleem opgelost?


Door het verhaal op deze manier te bespreken zet je kinderen aan het denken over de structuur van het verhaal. Als je begint met de pictogrammen kun je het best met één serie starten. Daarbij is de kern van het verhaal het eenvoudigst. Vooral als je het koppelt aan een bepaalde pagina van het prentenboek. Daarna bouw je het nadenken over een boek met behulp van de pictogrammen langzaam uit.


* Eenvoudige prentenboeken hebben soms geen verhaallijn die gemakkelijk is samen te vatten. Ook hebben ze niet altijd een plot.
   Bij deze boekjes zijn de betreffende pictogrammen dan ook niet te gebruiken.

Gewone boek