Interactief voorlezen in de praktijk


Tijdens de les

Start met het voorlezen van de titel. Lees daarna het boek voor. Tijdens het voorlezen krijgen de kinderen alle ruimte om te reageren. Deze ruimte creëer je door af en toe een pauze in te lassen, kinderen iets aan te laten wijzen, de voorwerpen uit de Vooraf-fase erbij te pakken of woorden uit te (laten) leggen. Tussentijds kunnen de kinderen aangeven of hun voorspellingen juist waren en of het vervolg specifieker te voorspellen is dan in de Vooraf-fase.

 


Onderbreek het verhaal niet te vaak

interactief voorlezen

Waak er tijdens het lezen wel voor dat het verhaal niet te vaak wordt onderbroken. De leerlingen moeten het verhaal nog wel goed kunnen volgen. Na de eerste keer moet de hoofdlijn duidelijk zijn. Pas daarna volgt de verdieping. Als je het verhaal op een ander moment nogmaals voorleest, kun je weer andere accenten leggen en vragen stellen. Kinderen gaan tijdens het herhaald voorlezen steeds meer horen en zien en willen dan daar weer nader op ingaan.

 

Na het voorlezen


delen